Leestijd: 16 minuten

Zaterdag 9 september kon ik waarmaken waar ruim 2.5 jaar voor getraind was. De 100 kilometer (op de weg) bij de RUNWinschoten, en dan ook nog eens als wedstrijdatleet voor het Nederlands Kampioenschap. Reken maar dat ik 1e wilde worden!

Eigenlijk weet ik niet zo goed waar en hoe ik dit verhaal moet beginnen. Er werd al geopperd om het per kilometer te beschrijven….  dat zal ik je niet aandoen. Misschien bij het eind beginnen? Keer wat anders!

De finish van de RUNWinschoten NK100km

Het is inmiddels donker geworden als ik het allerlaatste rondje van 10km loop. De kilometers tel ik nu af. Nog maar 8. Nog maar 7.
Ha! Halverwege het laatste rondje, nog minder dan 5!

Dat is de enige manier om het nog vol te houden. Bijna alle toeschouwers zijn weg, als net niet laatste sukkel loop ik de route nog één keer, tussen de dranghekken. De euforie is er al. Die finish komt er, binnen de tijdslimiet van 12 uur. Dat had ik eerder op de dag niet gedacht – daarover straks meer.

Na anderhalve kilometer in dit laatste rondje haal ik Rudolf nog in. Hij zit er doorheen en toch gaat hij verder. De rekensom was al gemaakt, en als hij 7:00 per kilometer zou lopen moest het lukken om op tijd te finishen. Zelf liep ik ietsje sneller en met 6:30/40 hobbelde ik door.

Zo wist ik mij te troosten met de gedachte dat er nog een loper achter me zat.

Deze laatste ronde heb ik vooral de verkeersregelaars bij de RUNWinschoten bedankt bij de passage. 12 uur lang staan deze mensen op een kruispunt er voor te zorgen dat alle lopers ongestoord door kunnen rennen. Echt fantastisch fijn is dat. Helemaal als je moeier dan moei bent. De hersenen functioneren dan toch echt minder – als je dan ook nog verkeer in de gaten moet houden….

Het laatste rechte stuk. Nog een enkele supporter langs die route die dan toch even de handen op elkaar klapt. Van binnen maakt me dat blij, van buiten kijk ik waarschijnlijk stoïcijns vooruit. Voetje voor voetje doorgaan.

Versnellen is kansloos. Bovendien, wat maken 5 seconden verschil dan nog uit op een honderd kilometer? Mijn eigen supporters staan vlakbij de finish. Van verre zijn ze te horen en ik kan het niet laten om te lachen.

De meeste ‘fans’ had ik wel bij de finish verwacht, dat wist ik namelijk. Mijn vrouw uiteraard (geweldige crewing!)  en ook van m’n schoonzus Daisy en nicht Guusje wist ik dat ze er zouden zijn. Nick, de vriend van Guusje was er ook bij, erg leuk!
Neef Nick had ik onderweg een paar gezien, net zoals zijn zus Daantje. Erg gezellig en fijn, die aanmoedigingen.

Eerder die dag vanuit Lissabon enthousiaste appjes van m’n zoon ontvangen – erg fijn, en in oktober kan hij bij de finish staan van de Marathon de Lisboa, als ‘local’.

Een grotere verrassing was m’n zus Inge. Ze was die dag ‘in de buurt’ (ja, op 45 minuten afstand rijden) en had besloten om de laatste ronden mee te pakken. Superlief!

Ook de supersupporters Alinda & Inge moesten rennen om weer op tijd te zijn.

En dan, met nog 2,5 km te gaan zie ik in de bocht naast een verkeersregelaar een ander bekend gezicht. Huh? Zie ik dat goed? Het lijkt m’n dochter wel. Lijkt me sterk, die moest werken. Drukke avond in de horeca.
Toch is het inderdaad Denise! Ik ben blij!! Dat laat ik haar in het voorbijgaan ook duidelijk weten. Iedereen in de buurt wist nu ook dat daar mijn geweldige dochter stond.

Haar werkgeefster heeft het zo geritseld dat Denise toch naar de finish kon komen. Dat zag ik niet aankomen. Ik loop verder met een grote lach op het gezicht. Megagaaf. Bedankt Heldina voor dit cadeautje :).

Twee kilometer voor de start nog een loper voor mij. Het is Ulbe. In het startvak had ik hem nog gesproken en alle 98 kilometers ervoor heb ik hem niet meer gezien. Hij wandelt. Een beetje scheef hangend van vermoeidheid en uitputting. Ik heb met hem te doen en nodig hem uit het laatste stukje mee te hobbelen.

Ulbe kan niet meer rennen, hij wandelt stevig door en gezien de tijd zou hij moeten kunnen finishen. Dat is hem gelukt! Ook Rudolf wist met 8 minuten ‘reserve’ binnen de 12 uur te finishen.

Nog 500 meter

De speaker van de dag was van grote klasse!
Foto:”FotoDaisy

De speaker haalt mij binnen alsof ik gewonnen heb – zo mooi dat ook de net-niet-laatste-finisher als een held binnengehaald wordt.
In een tijd van 11:42.09 bruto heb ik de RUNWinschoten en het NK100 km volbracht.

De 100 kilometer zit er op.

Kilometer 7. Springen wil hier nog.
Foto: Meijco van Velzen

De Winschoters

Bijna net zo belangrijk als de race en de finish zijn de Winschoters. Zonder hen had ik namelijk vrijwel zeker de finish niet gehaald.

Dit was namelijk de allerwarmste 9 september ooit in Winschoten (en Nederland). Ja, de klimaatcrisis is echt. Hoe dan ook, de aanwonenden langs de route hebben er ook dit jaar weer een feest van gemaakt bij de RUNWinschoten.

Er waren massa’s op de been om aan te moedigen, de hele dag door. En, en heel belangrijk, ze zorgden voor afkoeling.

Water, water en meer water

Heel veel mensen hadden een watervoorziening geregeld voor ons. Officieel was er elke 2,5km een waterpost. Daartussen stonden de Winschoters met bekertjes water, natte sponzen en bovenal tuinsproeiers!

Kinderen genieten ook tijdens de RUNWinschoten.
Foto: FotoDaisy

Het was zo fantastisch fijn om zeer regelmatig door een tuinsproeier te rennen (zo’n wiebelding, weet je wel?), maar er waren ook vele douches gemaakt met de tuinslang en sproeikop, en in de hand gehouden tuinslangen.

Absoluut geweldig en nodig. Zonder al dat water over ons heen was het heel zwaar geweest om de 100km te kunnen volbrengen. Ook vele andere atleten heb ik dit horen zeggen, of gelezen op de socials.

Vergeet dan ook de kinderen niet, die de sponzen aanreikten, weer ophaalden, schoonspoelden om de volgende loper weer te helpen met afkoelen. Daarnaast mag het ook leuk zijn, er waren ook een serie waterpistolen langs de weg.

Denk nu niet dat iedereen ‘zomaar’ nat gemaakt werd. Er werd altijd gevraagd of je water over je heen wilde hebben. Nee was nee, en ja was nat!

Vrijwel altijd alleen op het bovenlijf. Niet in het gezicht, en niet op de schoenen. De saamhorigheid op die manier was geweldig en verdient een ereplaats in dit verhaal. Bij deze.

Dan zijn er natuurlijk ook nog bekenden uit Winschoten. Dineke, Frans en Edo wisten mij ruim voor de RUN al te vinden via de socials, en moedigden mij aan. Vanaf ronde twee zaten ze in het Rosarium enthousiast te zijn, en later zag ik ze op een andere locatie in de stad mij toejuichen. Zo mooi!
Bedankt daarvoor! Het heeft mij zeker geholpen om door te blijven gaan tot de finish – hoe ver die ook was.

Vanzelfsprekend ook nog mijn schoonouders. Al snappen die niet waarom ik al die energie besteed aan een rondje rennen. Je kan met al die energie toch ook prima stallen uitmesten? Toch stonden ook zij bij de rotonde mij aan te sporen om vooral nog een rondje te rennen. Superlief!
En, niet onbelangrijk, ik mocht ongedoucht in de woonkamer zitten bijkomen voordat ik naar de badkamer strompelde.

Uitgeput bijkomen op de bank.

Naar de vaantjes na 50 kilometer bij de NK100

De eerste twee rondjes (het zijn er maar 10 in totaal…) gingen makkelijk, relaxed en vlot. Gezellig lopen kletsen met wat andere lopers, waaronder Dik Heuvelman. Die herkende m’n naam van Facebook. Leuk!

Hij bleek toch iets sterker te zijn dan ik en liep dan ook heel constant door, terwijl ik na elk rondje even een korte pauze nam bij mijn eigen verzorgingstafeltje. Even wat drinken, voeding naar binnen, kort momentje rust dus hartslag naar beneden, en weer door.

De 3e ronde van de RUNWinschoten begon het al knap warm te worden en maakte ik gretig gebruik van de meeste sproeiers en sponzen.

Ronde 4 was al zwaar. Eigenlijk liep ik te hard, Het was wel mijn bedoeling om de eerste 20 à 30km ietsje sneller te lopen dan het beoogde tempo van 6 minuten per kilometer, om zo optimaal gebruik te maken van de ‘koelte’. In ronde 3 en 4 lukte het me niet goed om wat te vertragen. Het beenritme was goed en ik liep best wel lekker.

Momentopname tijdens de 8e ronde.
Foto: FotoDaisy

Ik had mezelf beloofd mij te ‘verwennen’ met een Guarana shot op het moment dat ik een dip(je) zou hebben. Dus die had ik al die tijd al bij me, met dank aan Arjan NT die de Guarana als bijdrage aan mij gegeven had.
Helaas deed die niet veel. In ieder geval niets waardoor ik door de dip heen kwam, ondanks de verfrissende menthol smaak.

Henri Thunissen, voormalig Race Director van de RUNWinschoten 100 kilometer wedstrijd, had mij al op Facebook laten weten dat ik vrijwel zeker 2 tot 3 dipjes kon verwachten, waarvan de laatste waarschijnlijk in de voorlaatste ronde. Maar ach, daarna is het nog maar 10 kilometer!
(En bedankt hè Henri – je had grotendeels gelijk!)

Toen kwam de marathon afstand in beeld en de rest naar de 50 kilometer toe. De maag werkte niet mee (kom ik straks ook op terug) en de temperatuur speelde mij nu toch echt wel parten. Dat had ik eerder al een keer beleefd, bij de Vechtdaltrail. Niet goed dus.

Sterker nog, het begon mij mentaal te slopen. Je wilt niet weten hoeveel discussies je met jezelf kan voeren tijdens een ultrarun. Echt, het zijn er heel veel! Deze ronde twee keer een stukje aan het wandelen geweest. Een slecht voorteken.

Bij de gele pijlen de twee wandelmomenten in ronde 5.
Groen = wandelen.

Als je dan langzaam wat negatief naar jezelf wordt, dat maakt het niet makkelijker. Met andere woorden, ik zat er doorheen.
Ik had geen zin meer en dacht al aan opgeven. Ja, echt. Opgeven.

Alleen, ik wilde niet ‘al’ bij 50km opgeven. Eigenlijk wilde ik dan toch minimaal 80km lopen, want die afstand had ik nog nooit gehaald. Plots denk je weer negatief, want dat is dus nog 30 kilometer verder! Last van de maag, teringwarm, geen zin, en dan nog 30 kilometer? Sheeeit. Dat zag ik ook niet zitten.

De vraag is dan: Hoe graag wil je het?

Zelfs daar begon ik over te twijfelen. Daarom besloot ik om na de 50 kilometer eerst maar eens een goede, lange pauze te houden. Geen minuten, maar gewoon een kwartier. Daarna zie ik wel weer verder.

Alinda was terug van haar eigen dingen die ochtend en stond klaar om mij te supporten. Ze zag dat ik het zwaar had. Meteen liet ik haar weten een dikke pauze te nemen, want ik was naar de vaantjes. Op de logische vraag of ik daarna verder zou rennen antwoordde ik dat ik dat nog niet wist.

Languit op de grond in de schaduw liggen beviel me wel.

Een goed half uur later, inderdaad geen kwartiertje dus, begon ik me beter te voelen. Het leek trouwens wel alsof het minder warm was! Waarschijnlijk was ik het die minder warm was. Toch zag ik wolkjes aan de lucht en er was een heel klein zuchtje wind. Dat voelde goed aan.

Langzaam opstaan, nog wat drinken en eerst maar eens wandelen. Na een honderd meter gewandeld te hebben begon ik toch weer wat te rennen, het begin van rondje 6.

Het zal 2 à 3 kilometer verder geweest zijn dat ik me realiseerde dat het eigenlijk wel weer lekker liep. Het tempo was in de buurt van wat ik wilde, de hartslag belachelijk laag (135) voor mijn doen en de maag was weer OK. Dat half uur rust had me echt goed gedaan!

Na de rust kan er weer een lachje vanaf.
Foto: Meijco van Velzen

Een 100 kilometer hardlopen is een mentale strijd

Des te verder de afstand bij het hardlopen, des te meer is het een mentale kwestie. Je kan je niet voorstellen hoe vaak ik in de 6e, 7e en 8e ronden tegen mezelf gezegd heb: “ga even wandelen“.

Het rare is, de benen wilden wel. Die maakten gestaag hun pendelbeweging en elke keer weer een voetje voor het andere voetje. Natuurlijk ben je dan vermoeid. Maar besef wel, hier is voor getraind! Die benen kunnen dat wel aan. Alleen dat hoofd….

Dat hoofd maakt het zo zwaar. Dan komt weer die vraag: Hoe graag wil je het?
Heel graag, blijven rennen dus.

Blij gezicht na de finish.
Foto: FotoDaisy

Bij elke (officiële) waterpost mag ik 10 meter ervoor gaan wandelen van mezelf. Bekertje pakken, wat drinken, bekertje in prullenbak en weer rennen. Bij sommige andere locaties waar ik wat water wilde scoren was het niet meer dan dat, meteen door.

Eindelijk is het 9e rondje daar. En dan weet je, die finish gaat lukken. Nog minder dan een halve marathon te gaan – dat kan ik! OK, dat is nog altijd bijna tweeëneenhalf uur rennen, maar dat valt te overzien. Ja, klinkt raar, ook als ik het nu opschrijf, alleen zo wil je wel denken wanneer je, alwéér, met jezelf in gesprek bent.

Alles positief maken – anders breekt het op.

Ook in dat negende rondje nog veel sproeiers en sponzen benut. Het is inmiddels 17.30 uur geweest en overal langs de route wordt gegeten en er staan her-en-der BBQ’s.

Voeding tijdens de Nationale Kampioenschappen 100km.

Ok, dit hoofdstuk had ik niet verwacht te gaan schrijven. Sterker nog, ik had niet verwacht dat het een issue zou worden tijdens de RUNWinschoten. En toch…

Geen idee hoe het ging, of wat m’n lijf van plan was. Maar kloppen met de planning en ervaring deed het allerminst.
Kijk – 4 weken eerder bij de Monschau Ultra Marathon heb ik keurig en regelmatig mijn Long Gel Drink (#Banana!) genomen, Daar is mee getraind, dat werkt goed, en toen heb ik er fantastisch mee gelopen. Aangevuld met wat banaantjes onderweg.

Dat was ook het plan voor de RUNWinschoten. Het liep anders.

Voeding tijdens de 4e ronde. #Banana
Foto: Marcel Lameijer

Als ik er op terugkijk, dan vermoed ik nu dat ik de eerste 50km waarschijnlijk teveel voeding heb genomen, aangevuld met veel vocht. Tadaa, naar de vaantjes bij de 50 en half uur rust.

Nu zou je denken dat de overige 50 dan wel ‘normaal’ zouden gaan. Nee dus! In de tweede 50 kilometer heb ik maximaal 2,5 banaan gehad. Al zou het zeker ook wat minder kunnen zijn. Geen enkele gel meer. Enkel nog twee kleine stukjes sinaasappel ergens langs de route.

Even zitten na de 60km bij m’n eigen verzorgingspost.
Foto: FotoDaisy

Na de 60 kilometer wilde ik wat isodrank nemen. Na drie slokjes voelde het niet goed, ik had zelfs het gevoel dat het er weer uit zou komen. Even rustig zitten, dat ging goed. Daarna ook geen isodrank of cola meer gedronken. Enkel water. Onderweg vroeg ik me echt af hoe lang dat goed zou gaan, wanneer ik die gel toch wilde hebben, en dan het liefste voordat het echt nodig was. Natuurlijk had ik er eentje mee onderweg.

Dat moment kwam gewoon niet, en tot en met de finish heb ik ook geen enkel moment het gevoel gehad dat ik energie nodig had. Gedurende vijftig kilometer!  Hoe dan??

Zoals Jochem Myjer dan zegt: “Ksnap er niks van

Was het zwaar om die 100 kilometer te lopen bij de RUNWinschoten?

De warmte maakt het afschuwelijk zwaar. Wat zo raar is echter, is dat ik dat gevoel wat ik toen had niet meer terug kan halen. Het was tijdelijk.

Overzicht van de hartslag (achtergrond) en de temperatuur gedurende de dag (lijn).
Bron: Garmin Connect

Natuurlijk wéét ik echt nog wel dàt het zwaar was. Ook dat ik me knap slecht voelde en zelfs niet wist of ik na de pauze bij de 50km nog wel door zou gaan. Dus het zal echt niet fijn geweest zijn in m’n hoofd – lees: zwaar.

Alleen – het gevoel wat ik daarbij had, die negativiteit, die kan ik niet meer terughalen. Misschien maar goed ook!

Ook grappig, ik weet nog goed dat bij de laatste 3 ronden de benen eigenlijk goed voelden. Geen enkele last van wat dan ook. Geen stramme spieren, geen pijnlijke plekken, geen (aankomende) kramp en geen spierpijn. Die benen deden gewoon wat ze moesten doen. Voetje voor voetje richting het einde van het rondje.

Toch zei het hoofd heel vaak: “Ga even wandelen”. Bizar hoeveel invloed dat hoofd heeft gedurende een ultra afstand. Het mentale aspect van een ultrarun is zwaarder dan het lopen ervan. De belangrijkste vraag is en blijft dan ook:

Hoe graag wil je het?

Het antwoord daarop bepaalt of het gestelde doel gehaald wordt.

Makkelijk praten achteraf – toch heeft mij dat onderweg veel geholpen, samen met de wetenschap dat er serieus veel lopers waren uitgevallen cq. besloten hadden om te stoppen (60%). Wat ik erg goed kan begrijpen!

Maar… dat betekende voor mij meer kans op een hogere klassering. Ja echt, dat heb ik oprecht gedacht en heeft mij ook geholpen om door te gaan en niet te gaan wandelen. Kortom: Ja, ik wilde wel heel erg graag finishen.

Heel blij dat het gelukt is, en daarmee een 11e plek overall bij een Nederlands Kampioenschap behaalt heb. Als net geen 55-jarige.

The day after. Niets doen (socials bijwerken) in luie stoel in de tuin.

Ga ik de RUNWinschoten 100 kilometer nog een keer lopen?
Geen idee.

Heb ik al andere plannen?
Nee, niet echt. Los van de Marathon van Lisboa op 8 oktober en hopelijk ook nog de Rothaarsteig marathon op 21 oktober.

Stiekem lijkt het me wel interessant om een keer mee te doen aan een 24 uurs wedstrijd. Alleen ben ik daar nu nog niet klaar voor.
We gaan het zien, en als je wilt weten wat er verder gaat komen, meld je dan even aan voor de updates. Enkel als er een nieuw verhaal online komt ontvang je een mailtje. Verder niet.

Wij beschermen je privacy en delen je persoonsgegevens niet. Enkel de gebruikte plugin maakt gebruik van je informatie voor een goede verzending.

Er zijn vast dingen die hierboven nog niet genoemd of beschreven zijn (mijn schoenenwissel bijvoorbeeld).

Wil je wat weten of vragen, doe dat dan gerust hieronder in een reactie!

Okay, nog even wat cijfertjes over de RUNWinschoten:
11e overall bij het NK 100km.
9e bij de mannen NK 100km.
1e in de categorie mannen 50 bij het NK 100km.

8 liter water gedronken
10 liter vocht verloren (volgens Garmin)
50 liter water over het lijf heen (gokje)

2 schuurplekken bovenop de voet
2 grote blaren (voor op de dikke teen, onder de voet)

164 hoogtemeters
110.000+ stappen

Garmin data

 

Bij thuiskomst stond er een geweldig gaaf spandoek in de tuin, en hingen er overal hardloopschoenen. Bedankt Nicole, Nadinja en Serge voor deze geweldige verrassing! #SISU

Ontdek meer van Run Han Run

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder